Inhoud & Bronnen

Op deze pagina vindt u meer uitleg over de leveranciers van bronnen die gebruikt worden in de Studiekeuzedatabase (op alfabetische volgorde).

CBS

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceert de nationale officiële statistieken ten behoeve van praktijk, beleid en wetenschap. Voor de Studiekeuzedatabase worden de inwonersaantallen en indeling in gemeenten en provincies gebruikt.

DUO

DUO beheert informatie, en financiert studies en opleidingen van mensen en instellingen, die werk maken van onderwijs. DUO is een zelfstandig bestuursorgaan van de Nederlandse overheid en in opdracht van de minister van Onderwijs voert zij enkele onderwijszaken uit. In grote lijnen houden deze taken zich bezig met het uitkeren van de studiefinanciering, het innen van lesgelden en studieschulden en diverse onderwijsgerelateerde basisadministratieve werkzaamheden. Voor de Studiekeuzedatabase nemen wij informatie over van de DUO-website over vooraanmeldingen, loting en selectie, numerus fixus en over de gedragscode voor onderwijsinstellingen met een internationaal gericht onderwijsaanbod. Ook informatie over de wettelijke collegegeldtarieven is afkomstig van DUO.

  • 1 cijfer HO
    De bron voor de instroom, inschrijvingen, doorstroom en rendementen is het 1-cijfer-HO-bestand voor bekostigde opleidingen, dat ook afkomstig is van DUO.
  • CROHO
    De belangrijkste bron voor de Studiekeuzedatabase is het CROHO (Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs). Eén van de wettelijke taken van DUO is het registreren van opleidingsgegevens binnen het bekostigde en aangewezen hoger onderwijs. De gegevens worden vastgelegd in het CROHO dat door DUO wordt beheerd en gemiddeld eens per maand wordt gepubliceerd. Nieuwe opleidingen kunnen pas vastgelegd worden nadat ze geaccrediteerd zijn en bij bekostigde opleidingen- de doelmatigheidstoets hebben doorstaan. De accreditatie van opleidingen gebeurt door het Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO). Het toetsen van bekostigde opleidingen aan doelmatigheidseisen is belegd bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Instellingen

Instellingen leveren zelf ook informatie aan die wordt opgenomen in de Studiekeuzedatabase. Het meeste van deze informatie wordt aangeleverd via Hodex dan wel het Studiekeuze Webformulier. Bezoekadres, Telefoonnummer en Website worden handmatig aangeleverd door instellingen en vervolgens verwerkt door Studiekeuze123.

  • Hodex en Studiekeuze Webformulier
    De meeste gegevens in de Studiekeuzedatabase worden verzameld met behulp van bestaande bestanden. Op deze wijze wordt de administratieve last voor de instellingen zoveel mogelijk beperkt. Er zijn echter gegevens die niet aan bestaande bestanden of bronnen onttrokken kunnen worden, zoals opleidingsomschrijvingen, open dagen, aanvullende toelatingseisen, studietrajecten, praktische informatie en bijzondere kenmerken van het programma, toegepaste werkvormen, internationalisering, etc. Hiervoor doet Studiekeuze123 een beroep op de onderwijsinstellingen en opleidingen om deze informatie aan te leveren. Het aanleveren van informatie aan Studiekeuze123 gebeurt via het Studiekeuze Webformulier of via Hodex.

Landelijk Informatiesysteem van Arbeidsplaatsen en Vestigingen

Uit het vestigingsregister van het LISA (Landelijk Informatiesysteem van Arbeidsplaatsen en Vestigingen) wordt opgevraagd hoeveel kroegen (Cafes e.d.), bioscopen (Vertoning van films) en musea (Musea) in elke stad worden aangeboden.

Ministerie van OCW

Volgens de Wet op hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) wordt bij ministeriële regeling vastgesteld welke profielen, eventueel aangevuld met vakeisen, toegang verlenen tot een bepaalde hbo-opleiding dan wel universitaire opleiding. De regeling met nadere vooropleidingseisen voor het hoger onderwijs wordt in pdf-formaat gepubliceerd op de website van DUO. Voor de Studiekeuzedatabase worden de vooropleidingseisen opgenomen en voorzien van opleidingscodes.

NVAO

De bron voor de accreditatiegegeven is de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie. Een van de taken van de NVAO is het accrediteren van bestaande opleidingen in het hoger onderwijs (beoordelen basiskwaliteit) en toetsen van nieuwe opleidingen in het hoger onderwijs (beoordelen te verwachten basiskwaliteit). In Nederland en Vlaanderen is accreditatie een voorwaarde voor bekostiging/financiering van een bachelor- of masteropleiding door de overheid, voor het recht om erkende diploma’s af te geven en in Nederland een voorwaarde voor toekenning van studiefinanciering aan studenten. De NVAO verleent het keurmerk na toetsing van een externe beoordeling die in opdracht van een Nederlandse hogeschool of universiteit door een Visiterende en Beoordelende Instantie (VBI) is uitgevoerd.

ROA

Het ROA brengt eens in de twee jaar een rapport uit met een overzicht van de huidige en toekomstige ontwikkelingen op de Nederlandse arbeidsmarkt. De rapportage heeft als doel inzicht te verschaffen in de actuele situatie en de prognoses van beroepen en opleidingen op de arbeidsmarkt. De prognoses worden elke twee jaar herhaald voor een nieuwe periode van vijf jaar. In de Studiekeuzedatabase worden de indicator voor de toekomstige arbeidsmarktsituatie (ITA), de conjunctuurgevoeligheid (de mate waarin de werkgelegenheid gevoelig is voor veranderingen van de economische situatie) en de uitwijkmogelijkheden naar verschillende bedrijfssectoren opgenomen.

De verwachte vraag- en aanbodstromen per opleidingstype (het ROA hanteert een eigen indeling voor opleidingen) worden met elkaar geconfronteerd om een indicatie te krijgen van de toekomstige arbeidsmarktperspectieven voor nieuwkomers op de arbeidsmarkt. Deze Indicator Toekomstig Arbeidsmarktperspectief (ITA) geeft aan welke vraag-aanbod-discrepantie er per opleidingstype te verwachten is in de komende zes jaar. Als het arbeidsaanbod kleiner is dan de vraag, en de ITA dus kleiner dan of gelijk is aan 1,00, wordt het arbeidsmarktperspectief als goed getypeerd. Als de waarde van de ITA zelfs kleiner dan of gelijk is aan 0,85, wordt gesproken van een zeer goed arbeidsmarktperspectief. Daarentegen, als de ITA een waarde heeft tussen de 1,00 en 1,05 – en het aanbodoverschot dus niet veel groter is dan wat als frictie kan worden beschouwd – wordt gesproken van een redelijk arbeidsmarktperspectief. Bij een hogere waarde van de ITA wordt het arbeidsmarktperspectief voor het desbetreffende opleidingstype als matig, of bij een ITA groter dan 1,15, als slecht aangeduid. (ROA, De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2022).

De conjunctuurgevoeligheid van de werkgelegenheid heeft betrekking op de mate waarin de werkgelegenheid in een beroepsgroep, of voor mensen met een bepaalde opleidingsachtergrond, gevoelig is voor veranderingen van de economische situatie. Deze indicator geeft daarmee de mate van werkzekerheid aan. De conjunctuurgevoeligheid wordt bepaald door de sectorale werkgelegenheidsfluctuaties in het verleden te relateren aan de mate waarin een beroepsgroep of opleidingstype momenteel in de verschillende bedrijfssectoren is vertegenwoordigd. Hierbij wordt rekening gehouden met het feit dat niet ieder beroep even sterk mee fluctueert met de werkgelegenheidsschommelingen van de bedrijfssector.

De indicator voor uitwijkmogelijkheden geeft aan hoe breed het domein is waarin mensen met een bepaalde opleidingsachtergrond werk vinden. Deze maatstaf kan geïnterpreteerd worden als het gestandaardiseerde aantal beroepen waarin men terecht komt. Naarmate de uitwijkmogelijkheden groter zijn, kunnen de afgestudeerden in een bredere groep bedrijfssectoren en beroepsgroepen terechtkomen.

Studiekeuze123

Studiekeuze123 is verantwoordelijk voor het landelijke studenttevredenheidsonderzoek in Nederland: De Nationale Studenten Enquête. De cijfers van dit landelijke tevredenheidsonderzoek worden opgenomen in de Studiekeuzedatabase.

  • Nationale Studenten Enquête
    In de Nationale Studenten Enquête (NSE) worden studenten aan hogescholen en universiteiten gevraagd een oordeel te geven over keuzeruimte, werkvormen, docenten, studeerbaarheid, faciliteiten en andere aspecten van hun opleiding. Daarnaast geven studenten hun mening over de stad waar zij studeren. De resultaten worden elk jaar in de Studiekeuzedatabase opgenomen. De data worden gebruikt ten behoeve van de interne kwaliteitszorg en benchmarking van instellingen, voorlichting en wetenschappelijke doeleinden.

Studielink

Studielink levert de informatie over de opleidingen met een numerus fixus. Het betreft het overzicht van alle fixusopleidingen en per fixusopleiding de capaciteit, het aantal keren dat kan worden deelgenomen aan de selectie, de aanmelddeadline en de url naar de website van de opleiding waarop meer informatie te vinden is over de betreffende fixusopleiding.

Vereniging Hogescholen

De koepels van het bekostigde hoger onderwijs, de Vereniging Hogescholen en VSNU, zijn de bron voor de instroom, inschrijvingen, doorstroom en rendementen. Op de websites van de Vereniging Hogescholen en de VSNU is informatie te vinden over de samenstelling van het personeelsbestand. Een aantal indicatoren (zoals student-docent ratio) wordt in de Studiekeuzedatabase opgenomen.

  • HBO-monitor
    In de schoolverlatersonderzoeken van het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs (HBO-monitor en WO-monitor) wordt afgestudeerden gevraagd wat hun huidige arbeidsmarktpositie is en hoe ze terug kijken op de gevolgde opleiding.

VSNU

De koepels van het bekostigde hoger onderwijs, de Vereniging Hogescholen en VSNU, zijn de bron voor de instroom, inschrijvingen, doorstroom en rendementen. Op de websites van de Vereniging Hogescholen en de VSNU is informatie te vinden over de samenstelling van het personeelsbestand. Een aantal indicatoren (zoals student-docent ratio) wordt in de Studiekeuzedatabase opgenomen.

  • Nationale Alumni Enquête (NAE)
    In de schoolverlatersonderzoeken van het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs (HBO-monitor en NAE) wordt afgestudeerden gevraagd wat hun huidige arbeidsmarktpositie is en hoe ze terug kijken op de gevolgde opleiding.
0 opleidingenopleiding vergelijken