Studeren met een functiebeperking

Veel studenten (ca. 16,5%) worden op de een of andere manier beperkt in hun functioneren. Dit kan het gevolg zijn van een lichamelijke of zintuiglijke handicap (bijvoorbeeld dwarslaesie, gehoorproblemen etc.) of van een chronische ziekte (bijvoorbeeld diabetes, ziekte van Crohn etc.). Veel vaker zijn dyslexie, autisme en psychische problemen zoals depressie de oorzaak van functiebeperkingen.

Van die 16,5% ondervindt ongeveer de helft ook daadwerkelijk last van de beperking bij het volgen van een opleiding. Veel van deze belemmeringen kunnen op een relatief simpele manier worden weggenomen. In de afgelopen jaren is door onderwijsinstellingen veel geïnvesteerd in het toegankelijk maken van gebouwen. Maar ook op het gebied van aanpassingen van het studieprogramma gebeurt veel. Voorbeelden zijn: aanpassingen van het rooster, tentamentijdverlenging, flexibele toepassing van inlevertermijnen voor werkstukken en papers.

Op Studiekeuze123.nl vind je cijfers over hoe tevreden studenten met een handicap zijn over hun instelling.

Contactpersonen per instelling

Vrijwel altijd is er sprake van 'maatwerkoplossingen'. Maar daarvoor is het wel noodzakelijk dat je als student kenbaar maakt dat je extra ondersteuning nodig hebt. En dat houdt dus in dat je je op tijd, liefst al vóórdat je met je opleiding begint, moet melden. Op alle instellingen zijn medewerkers aangesteld, meestal de studentendecaan, die je hierbij kunnen helpen. Zij staan je graag te woord.

Contactpersonen vind je op de instellingsfactsheets.